22 april 2016: ‘Kracht gepaard aan elegantie’

Het was als Pandora’s doos die geopend werd – maar dan een doos met enkel goede, onschuldige en charmante geschenken. Het Quatuor Zaïde speelde een Mozart die enge stilistische beperkingen oversteeg. Dankzij hun gedurfde retorische expressie werd Mozart met recht en rede gelinkt aan een barokke schatplichtigheid. En net als Mozarts compositie getuigde de uitvoering van een overvloed aan creatieve ingevingen, onverhoedse contrasten en theatraal karakter. Het buitengewoon snelle tempo tijdens het laatste deel, de vingervlugheid en transparantie konden niet anders dan een weerspiegeling zijn van Mozarts geniale ‘neurologische bedrading’.

Hoeft het gezegd: uitdagingen qua intonatie of tempowisselingen waren ‘piece of cake’ voor het Quatuor Zaïde. Dit bleek ook in Sjostakovitsj’ Zevende strijkkwartet. We werden bovendien in staat gesteld de muziek van de vier individuele musici vanuit twee perspectieven tegelijk te horen: het perspectief van het individu, dat zich bedreigd weet, en het vogelperspectief van iemand die de groteske onsamenhangendheid tussen de stemmen overschouwt – want zo mag dit ietwat bevreemdende werk van Sjostakovitsj wellicht wel klinken.

In Schumanns pianokwintet werd het Quatuor Zaïde vervoegd door pianiste Beatrice Rana, een rasmuzikante die doet wat ze wil en niets meer of minder wil dan wat natuurlijk is. Het marsdeel uit deze compositie getuigde van een bijzonder goed uitgedachte gelaagdheid, balans en articulatie. De frasering miste zijn effect niet: een priemende vinger leek zich te richten op een onverdraaglijk verdriet, dat even later in volle berusting wegebde. De delen die volgden, waren een ontlading van de heftigste energie en het doordringendste enthousiasme. Quatuor Zaïde en Beatrice Rana scoorden op muzikaal-interpretatief vlak telkens opnieuw, tot de laatste noot!


-->